Tijdelijke regeling Legionellapreventie in leidingwater’ van het ministerie van VROM

1.1 Legionella-bacteriën

Legionella-bacteriën veroorzaken de zogenaamde veteranenziekte (legionellose). Deze bacteriën kunnen zich bij temperaturen tussen 25 en 50 °C tot gezondheids bedreigende aantallen vermeerderen in leidingwaterinstallaties. Bijlage 1 geeft een toelichting op de eigenschappen en de aanwezigheid van Legionella in leidingwaterinstallaties en de te nemen beheersmaatregelen.

1.2 Tijdelijke regeling Legionellapreventie in leidingwater

In de Staatscourant van 13 oktober 2000 is de Tijdelijke regeling Legionellapreventie in leidingwater gepubliceerd (bijlage 2). De regeling houdt in dat eigenaren van leidingwaterinstallaties er zorg voor dienen te dragen dat leidingwater, dat op zodanige wijze gebruikt of ter beschikking gesteld wordt dat daarbij relevante hoeveelheden inadembare aerosolen vrijkomen, ten hoogste 50 kve/l Legionella mag bevatten.

Eigenaren van warmwatervoorzieningen, collectieve drinkwatervoorzieningen en huishoudwatervoorzieningen en eigenaren van collectieve leidingnetten dienen een risico-analyse uit te voeren en, op basis van deze risico-analyse, een beheersplan met betrekking tot inrichting en beheer van de leidingwaterinstallatie op te stellen. Alleen in de volgende gevallen hoeft geen beheersplan te worden opgesteld:
- indien geen relevante hoeveelheden inadembare aerosolen vrijkomen bij gebruik van het water;
- indien uit de risico-analyse blijkt dat er geen periodiek terugkerende maatregelen hoeven te worden genomen om het risico op overschrijding van de gestelde Legionella norm te beheersen.

De Tijdelijke regeling Legionellapreventie in leidingwater geeft richtlijnen voor het opstellen van een risico-analyse (bijlage A van de Tijdelijke regeling) en voor het opstellen van een beheersplan (bijlage B van de Tijdelijke regeling).
De risico-analyse dient elke drie jaar en bij aanpassingen van de installatie herhaald te worden. Het beheersplan wordt hierop indien nodig aangepast.


Bijlage 2

Tijdelijke regeling Legionella-preventie in leidingwater

(gepubliceerd in de Staatscourant van 13 oktober 2000)

Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 9 oktober 2000, nr. BWL/2000092556-1, houdende voorlopige uitvoering van de Waterleidingwet met betrekking tot legionellapreventie (Tijdelijke regeling legionellapreventie in leidingwater)

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Gelet op richtlijn nr. 98/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PbEG L 330); Gelet op artikel 4, negende lid, van de Waterleidingwet;

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:
a. aërosolen: in lucht gedispergeerde waterdeeltjes met een diameter van 1 tot 10 micrometer;
b. huishoudwater: leidingwater dat uitsluitend bestemd is voor toiletspoeling, gebruik in wasmachine of het besproeien van de tuin;
c. ISO 17025: NEN-EN-ISO/IEC 17025:2000, algemene eisen voor de competentie van beproevings- en kalibratielaboratoria, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie Instituut;
d. legionellabacterie: alle bacteriën behorende tot het geslacht Legionella;
e. NEN 6265: NEN 6265:1991 en NEN 6265: 1991/C1: 1992 NL, onderzoek naar de aanwezigheid en het aantal kolonievormende eenheden (KVE) van legionellabacteriën, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie Instituut;
f. tappunt: plaats waar het leidingwater beschikbaar komt voor gebruik;
g. de toezichthouder: de inspecteur dan wel, voor zover het betreft het toezicht op een collectieve watervoorziening of een collectief leidingnet, de op grond van de artikelen 15b, onderscheidenlijk 15f, van de Waterleidingwet, aangewezen ambtenaar;
h. warm tapwater: verwarmd leidingwater;
i. de wet: de Waterleidingwet.

Artikel 2

1. Leidingwater dat op een zodanige wijze aan de tappunten ter beschikking komt of wordt gebruikt, dat daarbij aërosolen alsmede daardoor, al dan niet samen met andere micro- organismen, meegevoerde legionellabacteriën kunnen vrijkomen in hoeveelheden die, in geval van inademing, nadelige gevolgen voor de volksgezondheid kunnen hebben, bevat minder dan
50 kolonie vormende eenheden legionellabacteriën per liter.
2. De eigenaar van een collectieve watervoorziening of van een waterleidingbedrijf draagt er zorg voor dat het door hem aan derden ter beschikking gestelde leidingwater voldoet aan het eerste lid. Indien niet aan het eerste lid wordt voldaan ten gevolge van een oorzaak die gelegen is in een op zijn leidingnet aangesloten woninginstallatie, collectieve watervoorziening of collectief leidingnet, heeft genoemde zorgplicht geen betrekking op het wegnemen van die oorzaak.
3. De eigenaar van een collectieve watervoorziening draagt er zorg voor dat voor de bereiding van warm tapwater uitsluitend water wordt gebruikt dat voldoet aan bijlage A, behorend bij het Waterleidingbesluit.

Artikel 3

1. Het nemen en analyseren van monsters ter uitvoering van deze regeling geschiedt overeenkomstig NEN 6265 of een gelijkwaardige methode door laboratoria die een kwaliteitsborgingssysteem hanteren dat gebaseerd is op ISO 17025 of een gelijkwaardige norm en die daarvoor overeenkomstig deze norm geaccrediteerd zijn.
2. Een gelijkwaardige methode of norm als bedoeld in het eerste lid wordt uitsluitend toegepast na daartoe verkregen toestemming van de inspecteur. Bij de aanvraag worden alle voor de beoordeling van de gelijkwaardigheid van de bedoelde methode of norm relevante gegevens in de door de inspecteur aangegeven vorm aan hem overgelegd.
3. Het nemen en analyseren van monsters ter uitvoering van deze regeling ten behoeve van waterleidingbedrijven geschiedt in afwijking van het eerste lid uitsluitend door laboratoria als bedoeld in artikel 10 van het Waterleidingbesluit.

§ 2. Risicoanalyse en beheersplan voor collectieve watervoorzieningen en collectieve leidingnetten


Artikel 4

1. De eigenaar van een collectieve watervoorziening voert een risicoanalyse uit met betrekking tot het risico, dat niet wordt voldaan aan artikel 2, eerste of derde lid, overeenkomstig de daarvoor in bijlage A opgenomen richtlijnen.
2. De eigenaar van een collectief leidingnet voert een risicoanalyse uit met betrekking tot het risico, dat niet wordt voldaan aan artikel 2, eerste lid, ten gevolge van een omstandigheid als bedoeld in artikel 15e, eerste lid, van de wet, overeenkomstig de daarvoor in bijlage A opgenomen richtlijnen.
3. De risicoanalyse, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt voorafgaand aan de ingebruikneming van de collectieve watervoorziening, onderscheidenlijk het collectieve leidingnet, uitgevoerd.
4. In afwijking van het derde lid wordt de risicoanalyse, bedoeld in het eerste of tweede lid, met betrekking tot een op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling bestaande collectieve watervoorziening, onderscheidenlijk bestaand collectief leidingnet, binnen een jaar na dat tijdstip uitgevoerd, dan wel binnen zes maanden, voor zover het betreft een collectieve watervoorziening of een collectief leidingnet in een zorginstelling.
5. Binnen drie maanden na iedere, voor het in het eerste of tweede lid bedoelde risico relevante, wijziging van de collectieve watervoorziening, onderscheidenlijk het collectieve leidingnet, met uitzondering van op grond van deze regeling toegepaste wijzigingen, en ten minste eenmaal in een periode van drie jaar, wordt de risicoanalyse, bedoeld in het eerste, onderscheidenlijk tweede lid, opnieuw uitgevoerd.
6. De eigenaar van de collectieve watervoorziening of het collectieve leidingnet draagt er zorg voor dat de uitkomsten van de op grond van het eerste, tweede of vijfde lid uitgevoerde risicoanalyse, met een overzicht van de daarbij gebruikte gegevens en de eventueel genomen maatregelen, voor de toezichthouder ter inzage liggen ter plaatse van de collectieve watervoorziening, onderscheidenlijk het collectieve leidingnet, en aan de toezichthouder op zijn verzoek worden toegezonden in een door hem aangegeven vorm.
7. Indien de toezichthouder van oordeel is dat de risicoanalyse, bedoeld in het eerste, tweede of
vijfde lid, onjuist of onvolledig is uitgevoerd dan wel anderszins niet voldoet aan de richtlijnen, opgenomen in bijlage A, kan hij de eigenaar, bedoeld in het eerste of tweede lid, verplichten tot het wijzigen, aanvullen of opnieuw uitvoeren van de risicoanalyse binnen een aangegeven termijn. Het zesde lid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5

1. Indien uit de risicoanalyse, bedoeld in artikel 4, eerste, tweede of vijfde lid, blijkt dat er een risico is dat niet wordt voldaan aan artikel 2, eerste of derde lid, stelt de eigenaar van de collectieve watervoorziening, onderscheidenlijk het collectieve leidingnet, op basis van de risicoanalyse en overeenkomstig de richtlijnen, opgenomen in bijlage B, een beheersplan op met betrekking tot de inrichting en het beheer van de collectieve watervoorziening of het collectieve leidingnet, dan wel herziet hij een daarop betrekking hebbend, bestaand beheersplan. Het beheersplan strekt ertoe dat voldaan wordt aan artikel 2, eerste en derde lid.
2. Het beheersplan, bedoeld in het eerste lid, wordt voorafgaand aan de ingebruikneming van de collectieve watervoorziening of het collectieve leidingnet opgesteld.
3. In afwijking van het tweede lid wordt het beheersplan, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot een op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling bestaande collectieve watervoorziening of bestaand collectief leidingnet binnen een jaar na dat tijdstip opgesteld, dan wel binnen zes maanden, voor zover het betreft een collectieve watervoorziening of een collectief leidingnet in een zorginstelling.
4. In het in artikel 4, vijfde lid, bedoelde geval wordt het beheersplan binnen drie maanden na het tijdstip van gereedkomen van de in dat lid bedoelde risicoanalyse opgesteld, dan wel wordt een bestaand beheersplan binnen drie maanden na dat tijdstip herzien, indien de risicoanalyse daartoe aanleiding geeft.
5. Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing voor zover de eigenaar, bedoeld in het eerste lid, het in dat lid bedoelde risico binnen drie maanden na het tijdstip van gereedkomen van de risicoanalyse opheft door zodanige wijzigingen in de collectieve watervoorziening of het collectieve leidingnet dat daardoor niet langer periodieke beheersmaatregelen zijn vereist, en hij deze wijzigingen meldt aan de toezichthouder.
6. Het beheersplan omvat ten minste de volgende onderdelen:
a. tekeningen waarop de ligging en inrichting van de collectieve watervoorziening of het collectieve leidingnet is aangegeven;
b. gegevens over de in de collectieve watervoorziening of het collectieve leidingnet opgenomen toestellen, waarmee warm tapwater wordt bereid, leidingen en overige toestellen;
c. gegevens over de herkomst, aard en kwaliteit van het water dat wordt gebruikt voor de bereiding van leidingwater, met inbegrip van warm tapwater;
d. de uitkomsten van de uitgevoerde risicoanalyse;
e. de maatregelen die zijn of worden genomen en de voorschriften die worden toegepast voor bediening, onderhoud en controle van de collectieve watervoorziening of het collectieve leidingnet, voor zover deze betrekking hebben op de beheersing van de bij de risicoanalyse aangetroffen risico’s;
f. in geval van een collectieve watervoorziening of een collectief leidingnet in zorginstellingen, kinderdagverblijven, peuterspeelzalen, basisscholen en instellingen voor buitenschoolse opvang: een omschrijving van de getroffen voorzieningen om het risico van verbranding bij personen, die vanwege hun lichamelijke of geestelijke gesteldheid niet of onvoldoende in staat zijn de temperatuur van het bij de lichaamsverzorging of anderszins gebruikte leidingwater op een veilig niveau in te stellen, te voorkomen;
g. de maatregelen die worden genomen indien er aanwijzingen zijn dat niet wordt voldaan aan artikel 2, eerste of derde lid.

Artikel 6
In gevallen waarin op grond van artikel 5 een verplichting bestaat tot het opstellen van een beheersplan, draagt de eigenaar van een collectieve watervoorziening of van een collectief leidingnet er zorg voor dat het beheersplan voor de toezichthouder ter inzage ligt ter plaatse van de collectieve watervoorziening, onderscheidenlijk het collectieve leidingnet. Op verzoek van de toezichthouder wordt het beheersplan aan hem toegezonden in een door hem aangegeven vorm

Artikel 7

1. De eigenaar van een collectieve watervoorziening of van een collectief leidingnet voert maatregelen en controles uit overeenkomstig het beheersplan.
2. De eigenaar, bedoeld in het eerste lid, houdt in een logboek aantekening van de uitgevoerde maatregelen en controles, alsmede van de resultaten daarvan. Deze gegevens worden gedurende drie jaar bewaard.
3. De eigenaar, bedoeld in het eerste lid, draagt er zorg voor dat het logboek voor de toezichthouder ter inzage ligt ter plaatse van de collectieve watervoorziening of het collectieve leidingnet. Op verzoek van de toezichthouder wordt het logboek aan hem toegezonden in een door hem aangegeven vorm.

Artikel 8

1. De artikelen 4 tot en met 7 zijn van overeenkomstige toepassing op de eigenaar van een waterleidingbedrijf, voor zover deze huishoudwater aan derden ter beschikking stelt.
2. De artikelen 4 tot en met 7 zijn niet van toepassing op de eigenaar van een collectief leidingnet waarmee ten hoogste tien woningen van drinkwater worden voorzien.

§ 3. Controle, melding en maatregelen bij vermoeden van risico’s

Artikel 9
1. De eigenaar van een waterleidingbedrijf controleert de middellijk of onmiddellijk op het leidingnet van zijn bedrijf aangesloten collectieve watervoorzieningen of collectieve leidingnetten op gevaar voor verontreiniging met legionellabacteriën van het aan derden ter beschikking gestelde leidingwater.
2. Indien bij een controle als bedoeld in het eerste lid blijkt dat niet wordt voldaan aan artikel 2, eerste lid, of dat daarvoor gevaar bestaat, informeert de eigenaar van het waterleidingbedrijf terstond de toezichthouder en de desbetreffende eigenaar van de op zijn leidingnet aangesloten collectieve watervoorziening of collectief leidingnet.
3. De eigenaar van een op het leidingnet van een waterleidingbedrijf aangesloten collectieve watervoorziening of collectief leidingnet is verplicht medewerking te verlenen aan de in het eerste lid bedoelde controle.

Artikel 10

1. In geval van omstandigheden die, naar de eigenaar van een collectieve watervoorziening, collectief leidingnet of waterleidingbedrijf redelijkerwijze kan weten of vermoeden, gevaar of beletsel kunnen vormen voor het voldoen aan artikel 2, eerste of derde lid, informeert hij terstond de toezichthouder en voert hij uit voorzorg de maatregelen en controles uit die met het oog op deze omstandigheden in het beheersplan zijn opgenomen of, voor zover daaromtrent in het beheersplan geen maatregelen zijn opgenomen dan wel geen beheersplan van toepassing is, de maatregelen en controles die in deze omstandigheden redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, tenzij de toezichthouder anders voorschrijft. Tevens worden in dit geval de verbruikers terstond geïnformeerd en geadviseerd over de door hen te nemen maatregelen ter bescherming van hun gezondheid.
2. Indien de eigenaar van een collectieve watervoorziening of waterleidingbedrijf vaststelt dat leidingwater niet voldoet aan artikel 2, eerste lid, ten gevolge van een oorzaak die gelegen is in een op zijn leidingnet aangesloten woninginstallatie, collectieve watervoorziening of collectief leidingnet, informeert hij terstond de eigenaar hiervan en adviseert hij hem over de door hem te nemen herstelmaatregelen. Tevens informeert hij terstond de toezichthouder.

§ 4. Slotbepalingen

Artikel 11
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de
Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling legionellapreventie in leidingwater. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

‘s-Gravenhage,


De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Meer informatie rijksoverheid - Modelbeheersplan legionella-preventie in leidingwater
Thoonen Totaal Installaties B.V.